Titel menubalk illustratie
  • Door het versterken van de spieren is het vaak makkelijker om de ontlasting op te houden.
  • Door middel van het spoelen van de darm kan men ongewild ontlastingsverlies enige uren voorkomen.

Behandeling ontlasting incontinentie

  • De eerste diagnose
    Patiënten met fecale incontinentie zullen veelal eerst met een dieet en/of medicijnen worden behandeld. Bij patiënten die hiermee onvoldoende geholpen kunnen worden, wordt een aantal (pijnloze) onderzoeken in het ziekenhuis verricht. De volgende onderzoeken zijn mogelijk:
    • inwendig anaal onderzoek: onderdeel van standaard lichamelijk onderzoek.
    • anale manometrie: met een dunne katheter wordt de druk en knijpkracht van de anale sluitspier gemeten nervus pudendus geleidingtijd: de zenuwgeleiding naar de anale sluitspier wordt gemeten met speciaal inwendig anaal onderzoek
    • endoechografie: de anale sluitspier wordt onderzocht op de aanwezigheid van een scheur door middel van een apparaatje met een diameter van ongeveer 2 cm.
    • anale sensibiliteitsmeting: met een in de anus geplaatste dunne katheter wordt gemeten of het gevoel ter plaatse van de anus verminderd is.
    • rectale capaciteitmeting: met een kleine in het rectum geplaatste ballon wordt bepaald of de endeldarm nog een normale functie heeft.
    • defecografie: de werking van de endeldarm, sluitspier en omgevende structuren wordt na het inbrengen van vloeistof in de endeldarm met doorlichting tijdens ophouden en persen onderzocht.
    • endoanale MRI: MRI is een soort korte tunnel waarin de patiënt ligt, waarbij foto’s worden gemaakt door middel van een magneetveld en radiogolven. Er wordt geen gebruik gemaakt van röntgenstraling. De anale sluitspier wordt onderzocht op de aanwezigheid van een scheur of verdunning door middel van een apparaatje met een diameter van 1,5 cm.
    Op grond van de bevindingen van deze onderzoeken wordt dan de meest geschikte behandelingsvorm gekozen.
  • Bekkenbodemfysiotherapie
    Bij bekkenbodemfysiotherapie worden de spieren van de bekkenbodem getraind onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut. Door het versterken van de spieren is het vaak makkelijker om de ontlasting op te houden. Bij bekkenbodemfysiotherapie kan gebruik gemaakt worden van biofeedback. Bij biofeedbacktraining brengt de fysiotherapeut een sonde in de anus die de elektrische impuls van de bekkenbodemspieren opvangt. Dit wordt omgezet in beeld op een beeldscherm. De fysiotherapeut en de patiënt kunnen zo de spierkracht zichtbaar maken en daarmee het effect van de oefeningen bekijken.
  • Herstellen kringspier
    In sommige gevallen kan een beschadigde kringspier operatief worden hersteld. Het beschadigde deel van de kringspier wordt vervangen door het nog aanwezige gezonde deel van de kringspier. Deze operatie wordt ook wel een sfincterplastiek genoemd
  • Dynamische gracilis plastiek
    Bij een dynamische gracilis plastiek wordt tijdens een operatie een nieuwe kringspier gemaakt van de gracilisspier uit het dijbeen. De nieuwe kringspier wordt gestimuleerd door kleine elektrische impulsen. Deze impulsen worden gegeven door een pacemaker die geïmplanteerd wordt in de buikwand. U kunt met uw arts overleggen of u in aanmerking komt voor deze behandeling.
  • Sacrale neuromodulatie
    Sacrale neuromodulatie (SNM), ook wel sacrale neurostimulatie of zenuwstimulatie genoemd, heeft een effect op de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van de blaas en de darmen. Via een neurostimulator worden de sacrale zenuwen met behulp van lichte tot matige elektrische pulsen gestimuleerd. Op die manier kan de coördinatie tussen hersenen, bekkenbodem, blaas of dikke darm en sluitspieren worden hersteld. De SNM-therapie wordt als behandeling ingezet bij problemen als: verlies van urine en/of hevige aandrang veroorzaakt door een overactieve blaas, urineretentie, verlies van ontlasting en obstipatie. Om te bepalen of de therapie gaat werken, wordt er eerst een testfase gedaan. Dit is een tijdelijke periode waarin het effect — de werking van de therapie — getest kan worden. Een arts van een van de behandelcentra voor sacrale neuromodulatie (zie kaart) kan beoordelen of u in aanmerking komt voor SNM. (Bronnen: blaascontrole.nl en darmcontrole.nl)
  • Stoma
    In zeer ernstige gevallen kan de arts samen met u besluiten om een stoma aan te leggen. Een stoma is een kunstmatige darmuitgang via de buikwand. Met een klein, luchtdicht zakje wordt de ontlasting opgevangen.
  • Darmspoeling
    Door middel van het spoelen van de darm kan men ongewild ontlastingsverlies enige tijd voorkomen. Op het toilet of op een toiletstoel kan via een pompje of via een reservoir die hoger hangt met een slang die met een conus tegen de anus gedrukt wordt, 1 tot 1,5 liter lauw water in de darm gepompt. Na 5 tot 30 minuten komt het water terug met de ontlasting. De darm is dan zo ver schoon dat men 1 tot 2 dagen continent voor ontlasting is.
  • Anaaltampon
    De tampon wordt vrij hoog in de darm aangebracht, in dit gedeelte heeft men haast geen gevoel, Het inbrengen gebeurd met een applicator, er bestaat ook een speciale applicator voor mensen met een slechte handfunctie. De tampon neemt gas op en zorgt ervoor dat er geen ontlasting uit de darm kan lopen. De tampon mag ca 8 uur blijven zitten.
  • Opvang materialen
    Hulpmiddelen als absorberende slips of inleggers kunnen voor sommige patiënten een (tijdelijke) oplossing zijn. Deze hulpmiddelen zijn over het algemeen verkrijgbaar bij de apotheek.
  • Laxeermiddelen
    Laxeermiddelen zijn geen onschuldige hulpmiddeltjes maar echte geneesmiddelen met mogelijke bijwerkingen. Sterke en snel werkende laxeermiddelen alleen zinvol zijn in heel specifieke gevallen en onder dokterstoezicht. Laxeermiddelen zijn te verdelen in 4 groepen:
    --- volume vergrotende middelen bijv. zemelen, psyliumzaad (Metamuci)l of Volcolon
    --- osmotisch werkende middelen, bijv. magnesiumoxide lactulose
    --- contactlaxantia, bijv. bisacodyl (Dulcolax)
    --- glijmiddelen, bijv. paraffine.
    Iedere dag voldoende drinken helpt de ontlasting soepel te houden en dus obstipatie zoveel mogelijk te voorkomen. Ook een gezonde, gevarieerde voeding die veel ruwe vezels bevat, kan problemen met verstopping voorkomen of verminderen. Het kan zijn dat dit niet voldoende helpt. U krijgt in dat geval een mild laxeermiddel bijvoorbeeld lactulose of een bulkvormer. Dit zorgt ervoor dat de ontlasting zacht blijft. Deze middelen kunnen langdurig gebruikt worden zonder dat er gewenning optreedt. Zwaardere laxeermiddelen worden hooguit een enkele keer en dan alleen voor een zeer korte periode toegediend.