Titel menubalk illustratie
  • Bij een hypotone blaas is meestal een onderbroken zenuw-voorziening de oorzaak.
  • De overactieve blaas ledigt zich op willekeurige momenten door ongecontroleerde reflexen.

Wat is een neurogene blaas?

  • Men spreekt van een neurogene blaas bij een niet goed werkende blaas ten gevolge van beschadiging van een gedeelte van het zenuwstelsel. Onderliggende ziektes of oorzaken zoals bv. een beroerte, Multiple Sclerose, de ziekte van Parkinson, een hernia, tumoren, spina bifida kunnen leiden tot afwijkingen van het zenuwstelsel en een neurogene blaas.
    Men onderscheidt twee soorten: hetzij een hypotone blaas, hetzij een overactieve blaas.
  • Hypotone blaas:

    Andere benamingen zijn een luie blaas, een atone blaas of onderactieve blaas.

     

    De blaas kan niet samentrekken en kan zich dus ook niet ledigen. Meestal is een onderbroken zenuwvoorziening van de blaas de oorzaak.

    Doordat de blaas niet wordt geledigd, wordt ze uitgerekt en dus groter. Vaak zien we een blaasontsteking doordat bacterieën die achterblijven in de urine in de blaas zich vermenigvuldigen. De druk en terugvloed van urine vanuit de blaas door de urineleiders kunnen de nieren beschadigen.

    Bij een ruggenmergletsel zorgt een blijvend hoge druk in de blaas dat de nieren onvoldoende urine kunnen afvoeren.

     

    Mogelijke behandelingen zijn:

    • Intermitterende katheterisatie
    • Sacrale neurostimulator. Dit is een implanteerbaar apparaatje dat lichte elektrische pulsen stuurt naar de zenuwen die de blaas-en/of darmfuncties regelen. Hierdoor worden ‘verkeerde’ signalen omgezet in goede en krijgt u zelf weer controle.

    Na de diagnose kiest de arts, samen met de patiënt voor een oplossing op maat. De behandeling kan dus afwijken van de hierboven beschreven voorbeelden.

  • Overactieve blaas:

    Andere benamingen is Detrusor overactiviteit.

     

    De overactieve blaas ledigt zich op willekeurige momenten door ongecontroleerde reflexen.

    De blaas vult en ledigt zich zonder controle en zonder dat er altijd een waarschuwingssignaal wordt gegeven. Dit komt doordat de blaas zich reflexmatig (onwillekeurig) samentrekt en ledigt.

    In sommige gevallen zal de sluitspierwerking verstoord zijn waardoor plassen moeilijk lukt.

     

    Mogelijke behandelingen zijn:

    • Intermitterende katheterisatie
    • Medicatie
    • Sacrale neurostimulator. Dit is een implanteerbaar apparaatje dat lichte elektrische pulsen stuurt naar de zenuwen die de blaas-en/of darmfuncties regelen. Hierdoor worden ‘verkeerde’ signalen omgezet in goede en krijgt u zelf weer controle.
    • Botoxinjectie. De arts kijkt met een camera in de blaas (cystoscopie) en injecteert met een naald een krachtige spierontspanner (Botulinum toxine) in de blaasspier. Het effect kan een 10-tal dagen op zich laten wachten, maar is wel tot 9 maanden voelbaar. De ingreep kan meerdere keren herhaald worden zonder effect te verliezen. In zeldzame gevallen werkt de spierontspanner te krachtig waardoor de blaas moeizaam samentrekt en er resturine (residu) kan achterblijven na het plassen. Gedurende een periode kan dan aangeraden worden om dit residu te verwijderen middels intermitterend katheteriseren.

     

    Na de diagnose kiest de arts, samen met de patiënt voor een oplossing op maat. De behandeling kan dus afwijken van de hierboven beschreven voorbeelden.